Lennart Driessen

110
Reiziger op zee

Geen reacties
Gepost door lennart op 13 maart 2013 onder Literature en getagd als

Een reiziger op zee
Hij vaart op een bootje met alle winden mee
Miljoenen kusten en horizons heeft hij gezien
Zoveel verhalen, en legenden wel tien

In vroeg water zet hij uit met natte oren
Nog wollig van drank en streken
Vaart hij ver en voorbij het gloren
Zo ver, verder dan dagen en weken

Zijn anker valt uit en slaat vast in diepe bodem
Daar zit hij op zijn boot, alleen en verloren
Hij trekt en wikt in’t wilde weg maar het geval zit klem
Nu resten er enkel nog zijn laatste woorden.

Aan een eenzame ster, die schittert in de nacht
Hij speelt op zijn mandoline en roept haar aan
Want voor de eeuwigheid ligt zijn bootje daar vast
Zingend zijn liefde tot ’t eind van het bestaan
voor de eenzame ster die wakend op hem wacht.

126
Hermann Nitsch

Geen reacties
Gepost door lennart op 21 januari 2013 onder Art en getagd als , ,

Aktion

111
Salò o le 120 giornate di Sodoma

Geen reacties
Gepost door lennart op 18 januari 2013 onder Video en getagd als , ,

106
Kort #1

Geen reacties
Gepost door lennart op 14 januari 2013 onder Literature en getagd als

Ik ben op een feestje en er komt iemand naar me toe. Het is een man tegen het einde van de twintig. Hij draagt een bruin colbert met een onopvallende grijze coltrui, een strakke spijkerbroek en bruine sluipers. We hebben een gesprek over kunstenaars. Over Caravaggio, de school van de lelijkheid. Hoe het afsteekt tegen de pretentie van de postmodernen. Grote, lege woorden gemeleerd tot grote, lege ideëen. Het is een kort gesprek want we zijn het met elkaar eens. Of we weten allebei net genoeg van de kunsten om er een klein geanimeerd gesprek over te voeren. Misschien was dit zijn manier om interesse te tonen, of was het simpelweg een worsteling met de verveeldheid. Hij was ouder dan de gemiddelde feestganger en scheen zich niet echt te kunnen vermaken.
Hij vertelde me dat hij iets in mijn ogen zag. Ik vroeg hem wat dat dan wel niet was. Ik kon met een bepaalde zekerheid zeggen dat hij niet geinteresseerd was in liefde of seks (daar ging ik altijd van uit, bij het eerste contact). Daarvoor was zijn manier van doen te trefzeker. Hij vertelde me dat hij een gat kon zien. Een fysiek gat, rechts boven mijn iris in het linkeroog. ‘Het is vrij wonderbaarlijk eerlijk gezegd. Het is alsof er een kleine satteliet zweeft om je pupil. Miniscuul maar duidelijk waarneembaar tussen het groenige grijs. Een extra kijkgat!’ ‘Houd je me voor de gek? Ik heb het zelf nog nooit gezien.’
‘Ga zelf maar kijken!’
Ik ging het toilet in. Boog mij naar de spiegel en tuurde aandachtig naar mijn linkeroog. Ik kon niks zien. Er werd op de deur geklopt. ‘Duurt het nog lang?’. Ik vroeg me af of de jongeman me voor de gek hield. Een gebruik dat niet ongewoon is bij oudere studenten die zich in verveling begeven. De verschrikkelijke oorlogsgod Ennui, zinlooste van allemaal. Ik trok voor de schijn het toilet door en zette de kraan open. Ik keek nog één keer goed in de spiegel, maar dit keer van een afstand. Daar was het. Een miniscuul zwart stipje, rechts van mijn linkerpupil. Alsof er een kleinere, tweede pupil was geboren uit de gaswolk van mijn iris. Ik wette mijn handen en ging naar buiten. Voor het toilet stonden twee meisjes ongeduldig te wachten. Ze schoten samen het toilet in.
Ik kon de jongeman niet meer zien. Het was alsof de gehele zaal in leeftijd was verzakt. Jonge mensen, net tiener af met vlasbaardjes en in ongestreken snit. Ik liep twee keer door de zaal, bleef staan toen een jong ding tegen me begon te praten. ‘Ben je iemand kwijt?’ Ze was vergezeld door een slappe trekstaaf met vrouwenarmen die als gelei op de muziek meedeinden. Ik vroeg haar of haar iets opviel aan mijn ogen. Ze keek naar me en moest lachen. Ze boog zich richting mijn oor en vertelde me dat er niks bijzonders aan te zien was, maar dat ze ze wel erg mooi vond. Ik voelde me gevleid maar tegelijkertijd in verwarring. Ik maakte me zorgen. Wat als het een medische kwaal was? Ik had weleens gehoord van een ooginfarct of een oogabces. Ik voelde geen pijn of enige andere zintuigelijke afwijking aan mijn kijkveld. Misschien moest ik me minder zorgen maken. Het meisje keek nog steeds naar me. Ik vroeg haar naam. Ze heette Lotte. Haar stem was zacht als een lentewind. Ik ging bier halen, voor de slappe trekstaaf, Lotte en de scherpe perceptionist. Hij was in geen velden of wegen te bekennen, misschien kwam hij nog terug?
We stonden met zijn drieëen op de dansvloer te zijn. De trekstaaf deinend op de muziek, Lotte en ik in een afgemat gesprek. Het gesprek ging over niets, mijn gedachten waren troebel en wat ik zag en hoorde leek niet meer in overeenstemming met elkaar te zijn. Terwijl Lotte mij aan het uithoren was, was ik bezig met de betekenis van mijn kleine extra pupil die daar niet hoorde te zijn. Ik wilde terug naar het toilet, kijken of het er nog steeds zat. Lotte was me ondertussen de oren van het hoofd aan het praten. Ze was kleiner dan ik, maakte van alles en nog wat een punt. ‘
Vind je dat ook niet? Vind je dit en zus en zo?’
De lange trekstaaf stond als een bewegende pilaar in mijn gezichtsveld en bood enige houvast om me op te kunnen blijven concentreren. Het leek alsof de dansvloer steeds kleiner werd, steeds donkerder. Zich naar een klein verborgen middelpunt begon te convergeren.
‘Ik ga even buiten een luchtje scheppen’ vertelde ik haar. Haar ogen spreidden wijd open, werden toen weer klein alsof ze instemde met een complot.
‘Zal ik even met je meelopen?’.
We liepen buiten. Op de achtergrond hoorden we het gedempte drankgelach en de lage bastonen van de muziek.
‘Het is zo koud hier. Maar ik vind het niet erg om hier met je te lopen hoor’ zei ze met een kleumerige lach.
De straat was donker, de schemering van de lantaarnpalen werd opgeslokt in haar eigen futiliteit. Hoe verder we van het feestje liepen, hoe verder de wereld om ons heen versmold in een warm duister. Het duister was prettig aan mijn ogen. Lotte was stil en ik kon me concentreren op mijn eigen verwarring. Zo liepen we nog enkele minuten door totdat het kleine meisje me staande hield. Zonder aankondiging zoende ze me op mijn wang en beet me op mijn lip. Ik beantwoordde haar zoen kort maar met een duidelijke aarzeling. Toen omhelsde ze me als een verloren wees dat een huis had gevonden temidden van een dorre verlaten woestijn. Ik sloot mijn ogen en wierp mijn hoofd in mijn nek.
Toen ik mijn linkeroog opende voelde ik het ineens. Een transformatie vond plaats: mijn kleine pupil, die zich onzichtbaar in een baan rondom mijn eigen, normale pupil had verstopt, vergrootte zich ineens tot de afmeting van mijn gehele oog. Mijn blik boorde zich een gat door de hemel totdat mijn zien geen kijken meer was. Dit was doelgericht zien. Het was als een harpoen die door de sterren schoot, en in de wade van zijn kielzog stortte de hele hemel over ons heen. Ik keek ver voorbij de sterren en planeten, het zonnestelsel en dwars door een zwart gat. Ik waande mijzelf gestrand op verre manen. Io en Desdemona, en overzag vandaar de kermis die het universum is. Een uitzicht dat ver over de Olympus reikt en van alle reuzen mieren maakt. En in een laatste wanhopige kramp van mijn derde pupil zag ik daar de aarde binnenstebuiten. Een andere wereld die draait in een andere richting. Andere continenten en mensen met een ander geluk. Toen werd ik weer teruggetrokken, viel omlaag . Om mij heen namen de sterren met de snelheid van het licht hun oude plek weer in. Langzaam maar steeds sneller tuimelde ik terug totdat ik duizelig op de oude aarde landde. Mijn pupil was weer mijn eigen pupil, en alles was weer zoals het was. Maar nu duizendmaal helderder, alsof er een deken van de werkelijkheid was gelicht.
Ik was alleen. De straat was helder verlicht door het lustig sijpelende licht uit de lantaarnpalen. Lotte was nergens te bekennen. Was ze terug naar binnen gegaan? Ik stak een sigaret op en wandelde richting het feest. De muziek was nu aangenamer en het drankgelach scheen me gezellig toe te klinken. Binnen zag ik de perceptionist weer staan. Hij had twee biertjes in zijn handen, hij stond blijkbaar op mij te wachten.
‘Hee, daar ben je weer. Heb je het nog kunnen zien? Laat me nog eens kijken!’ Hij keek me lang aan. ‘Ik zie het niet meer. Was het misschien een vuiltje?’
‘Misschien, ik weet het niet zo goed. Ik denk dat ik het kwijt ben.’
‘Wie weet was het niets. Ik weet niet waarom maar het leek me zo bijzonder. Alsof je een tweede kijker in je oog hebt huizen. Of had huizen. Een kleine ziener die op het punt stond zich te openbaren.’
Ik stond in gedachten verzonken. Ik zocht de slappe trekstaaf, maar ook hij leek verdwenen van het toneel.
We praatten verder over kunst. We merkten dat we allebei toch een diepe bewondering hadden voor de werken van Bacon en konden verzinken in de eenzaamheid van Hopper. We bleven niet hangen in tandeloze kritiek van twee onwetenden maar verzonken in onze observaties en zeilden mee op onze onzekerheden. Ik kon hem onmogelijk vertellen van mijn ervaring buiten op straat. Ik wist zelf nog nauwelijks wat me daar overkomen was. Het kon vanalles zijn, van een openbaring tot een illusie. Wat het ook was, het was goed geweest en ik zag alles zoals het hoorde te zijn. Door ons lichte gesprek heen voelde ik een zweem van acceptatie en goedkeuring van mijn vriend de perceptionist. Alsof hij stilzwijgend wilde meedelen dat óók hij aanwezig was geweest in de grote theaterzaal en het ook gezien moet hebben. We dronken nog wat bier en namen uiteindelijk afscheid met een omhelzing. Buiten waren de lampen helder en begonnen de vogels vroeg te fluiten. Van Lotte was geen spoor te bekennen, en ik verwonderde me er over of ze ooit in het hier heeft bestaan.
Toen ik terugliep langs het pad met de lantaarnpalen werd ik aangehouden door een jonge vrouw. Ze droeg een zomerse jurk, veel te koud voor de nacht. Op haar rechterarm was een grote moedervlek te ontwaren.
‘Sorry, dit klinkt heel raar, maar kun je soms iets raars zien aan mijn oog?’ Er ging een schok door me heen. Ik pakte haar vast bij haar schouders en keek in haar linkeroog. Daar zat het, een kleine tweede pupil die als een maan om haar eigen zwarte pupil heen draaide. Ik glimlachte en pakte haar bij haar hand. ‘Kom, ik moet je iets laten zien’.
Vanuit de verte klonken de laatste drie glazen. De trekstaaf deinde nog één keer mee op het laatste nummer, en vond het toen wel mooi geweest. Hij vroeg zijn bruine colbert terug en ze stapten gedrie een nieuwe ochtend in.

88
Light will subside.

Geen reacties
Gepost door lennart op 27 maart 2011 onder Art en getagd als , , , , ,

Mao and Hitler by Gehard Demetsz

De beeldhouwkunst is een tak van de creatieve industrie die naar mijn mening flink wordt bezet door een groot aantal producenten van ordinaire kitsch. Natuurlijk valt hierover te discussieren (namen, namen!) maar dat is nu eenmaal mijn mening. Blij verrast was ik dan ook toen ik de werken van Gehard Demetz tegenkwam. Houtsnedes van jonge kinderen die symbolen dragen die tegen ons idee van het kind – in al zijn onschuld, indruisen. De beelden worden onderbroken door missende blokken in het lichaam, alsof ze au moment in de realiteit aan het vervallen zijn! Hierdoor krijg je een spannende interactie in het beeld dat uitmond in een haast subrealistisch horrorscenario. Om het simpel te zeggen: Het werk van Gehard Demetz is gewoon heel gaaf en interressant om te zien!

Link: Gehard Demetz

63
Life, love and death (to…)

Één reactie
Gepost door lennart op 6 maart 2011 onder Art, Video en getagd als , ,

Still from Woody allen's 'Manhattan'

Er zijn twee episodes in mijn leven geweest waarin ik mezelf bijna iets heb aangedaan: Sex and the city deel 1 (2008) en een jaar later (the horror) deel 2. Met een totaalgangbang van verfilmde shopcatalogi krijgt het publiek een boodschap voorgeschoteld die het totale waarom zomaar uit het alfabet knikkert. Een nihilisme waar the dude nog zijn wenkbrauw voor zou optrekken.

Gelukkig leven wij in een duaal universum en moet er, in het geval van de antichrist, ook een verlosser zijn: Woody Allen! Cosmopolieten, intellectuele grapjes, vrijdenkers, alles begeleidt door heerlijke jazz&blues en scherpe observaties die gepaard gaan met een goed glas en de tijd. Begin eens met het kijken van zijn klassieker Manhattan en laat je onderdompelen in de geestelijke verademing die zijn films je bieden!

 

56
The holy mountain

Geen reacties
Gepost door lennart op 4 maart 2011 onder Video en getagd als , ,

JODOROWSKY’S THE HOLY MOUNTAIN REMIXED

39
Il Lee ballpoint abstractions.

Geen reacties
Gepost door lennart op 4 maart 2011 onder Art en getagd als , ,

Il Lee 2010

De abstracties van Il Lee zijn een reeks experimenten waarin basismaterialen worden uitgediept tot een diepere laag van expressie. Hij gebruikt enkel balpen op canvas maar toch weet hij een landschap te creëeren waar je jezelf zo in kunt verliezen. I like it, haal maar naar Nederland!

site: http://tinyurl.com/65ypgr4

©2011 Lennart Driessen